Firkamp Grauwe kiekendief 2016

29 jaar Kiekendieven, wat hebben we er van terecht gebracht?

Sinds 1980 wordt op jaarlijkse basis beschermingsacties ondernomen door Franse leden van de verenigingen F.I.R. en L.P.O. (Fond d’Intervention des Rapaces en Ligue de Protection des Oiseaux). De eerste cijfers dateren echter reeds van de jaren ‘70, maar het gaat hier slechts over enkele geïsoleerde broedgevallen, toevallige tellingen en inventarisaties. De Lorraine als geografische regio in Frankrijk situeert zich in het NO van het land en bestaat uit de bestuurlijke departementen Meuse, Meuse & Moselle, Moselle en als laatste de Vosges.

Lorraine

Werkmethode

Het eigenlijke zoeken bestaat voor 45% uit kennis (terrein en vogels), 5% geluk en 55% uit geduld (wachten, en nog eens wachten), en begint bij het opsporen van jagende mannetjes die ons met hun prooi naar het wachtende vrouwtje leiden. Na de spectaculaire ‘air-show’ van de prooi overgave in volle vlucht, gaat het vrouwtje naar het nest. Nu komen we op een cruciaal moment, want nu is het belangrijk om weten in welk soort gewas het nest zich bevindt.

Indien het koppel hun jongen heeft in tarwe, is er normaal gezien géén probleem, daar tarwe pas rijp en maaiklaar is eind juli zodat de jonge kiekendieven ruimschoots op tijd kunnen uitvliegen (afhankelijk van welk voorjaar we gehad hebben kan het toch nodig zijn actie te ondernemen). Ook koolzaad levert meestal géén problemen, want het is reeds vrij ongewoon – alhoewel nooit uitgesloten- dat kiekendieven hierin gaan nestelen. Bovendien is koolzaad het laatste gewas dat gemaaid wordt ( pas in augustus!).

Enkel wanneer het koppel vroeg in het voorjaar besloten heeft om te gaan nestelen in een gerstveld, stellen zich problemen. De gerst is immers veel te vroeg rijp (jaar na jaar vroeger) en wordt reeds gemaaid eind juni/ begin juli. Op dat ogenblik liggen de meeste vogels nog met te kleine jongen, sommige zelfs nog met eieren. Indien we een nest in de gerst laten, gaan onherroepelijk de jongen verloren. Twee mogelijke oplossingen dienen zich aan:

1° Verplaatsen van jongen. Zeker een interessante manier van handelen wanneer de jongen reeds voldoende oud zijn: bij het overvliegen van de ouders zullen de jonge vogels beginnen roepen en dat zal de oudervogels zeker helpen om het nest gemakkelijker terug te vinden. Nadelen bij dit systeem is o. a. dat men verschillende verplaatsingen van enkele tientallen meter per dag moet ondernemen om één nest uit het veld te krijgen naar een ‘veilig‘ veld. Men laat m.a.w. ongewild meer sporen achter in het veld en dit kan eventuele predators aantrekken. Zelfs al heeft men het nest met jongen veilig verplaatst naar een ander veld dat nog kan men pas van een geslaagde interventie spreken als de jongen effectief op de vleugels gaan. Per nest moet men er ook rekening mee houden dat er verschillende dagen naéén moet gewerkt worden om de jongen uiteindelijk op een veilige plaats te krijgen. Deze methode is dan ook vrij tijdsrovend.

begeleidenLocaliserenOverbrengen met stok

2° het plaatsen van een afsluiting: Soms kan men de jongen of het nest niet verplaatsen, omdat de jongen pas geboren zijn (te klein) of het vrouwtje zit nog op eieren en toch dringt de tijd. Dan nog, kan er in samenspraak met de eigenaar/ landbouwer afgesproken worden om een draadafsluiting rond het nest te plaatsen : een stuk kippengaas, doorsnede ongeveer 2m wordt in het veld rond het nest geplaatst. Zo kan de boer eventueel toch overgaan tot maaien en worden de vogels toch beschermd.

Voordelen zijn hier dat men slechts éénmaal in het betrokken veld moet lopen om actie te voeren. Het nest en de jongen blijven op één en dezelfde plaats. Wat dan weer minder stresserend is voor de (ouder)vogels.

Carré plaatsen Carré geplaatst

Nadelig dan weer is dat men precies door de werken die men uitvoert daar plaatselijk wat meer schade aanricht aan de gewassen. Ook mag men achteraf nadat de jongen zijn uitgevlogen niet vergeten uiteraard om de ‘grillage’ terug uit het veld te halen wat extra werk met zich meebrengt. Soms gebeurt het ook dat landbouwers deze tweede methode niet echt zien zitten, omdat ze door de afsluiting rond het nest ‘gedwongen’ worden een deeltje van hun gewas te laten staan (een ‘carré’) wat later problemen kan geven bij het omploegen, want zo kan het hele veld niet op hetzelfde moment worden bewerkt. Wat men ook kiest als methode, elke situatie moet op zich en afzonderlijk bekeken worden en uiteraard moet men zeker zijn van de toestemming van de landbouwer alvorens het veld in te gaan.

Resultaten

In die 29 jaar dat we actie hebben gevoerd voor de Grauwe Kiekendief, werden in de sector van Spincourt 773 nesten gevonden en opgevolgd, d.i. 21,97% van de totale gekende populatie in Lorraine. En 1718 jonge kiekendieven vlogen uit, of 22,58% op een totaal van 7608 in de hele Lorraine. (zie tabel).

nesten Spinc. juv. Spinc. nesten Lorr. juv. Lorr. nesten Spinc. juv. Spinc. nesten Lorr. juv. Lorr.
1987 13 24 97 206 2001 23 51 100 236
1988 41 103 162 425 2002 24 42 106 208
1989 47 107 186 365 2003 10 16 100 153
1990 54 134 155 374 2004 17 45 102 160
1991 58 127 170 330 2005 17 48 110 325
1992 37 80 168 312 2006 10 20 110 249
1993 53 125 194 440 2007 29 66 141 372
1994 37 61 154 208 2008 14 16 83 175
1995 38 83 154 287 2009 15 40 90 187
1996 34 82 129 313 2010 18 51 102 243
1997 28 53 124 219 2011 16 34 108 198
1998 31 70 119 280 2012 12 34 79 292
1999 32 68 132 289 2013 15 31 66 130
2000 34 82 114 203 2014 16  51  104  267 
          2015 11  31  60  162 
totaal   773 1718 3519 7608
  21,97%

22,58%

Pulli Spincourt

Overzicht resultaten behaald door de Torenvalk vzw 1987-2005

Wanneer we echter het aantal jongen vergelijken dat uitvliegt uit nesten in de tarwe, waar dus géén echt gevaar heerst, met het aantal jongen uit die nesten in de gerst waar jongen zouden omkomen indien we niet zouden ingrijpen, dat stellen we vast dat ongeveer de helft van de jongen gered zijn, en dus een meerwaarde betekenen voor de populatie. We nemen 10 willekeurige jaren (1990-1999) als voorbeeld:

Verhouding Tarwe gerst

Door doelgerichte en gepaste interventies kan men dus elk jaar een groot aantal jongen redden die anders verloren zouden gaan (deze geredde juvenielen vertegenwoordigen ± de helft (48%)van de uitvliegende jongen).

Maar eerlijkheidshalve moeten we hier aan toe voegen dat meer en meer nesten in de gerst te vinden zijn. Voor de hele Lorraine werden in 2005 op een totaal van 114 koppels 91 nesten gevonden in de gerst (80%) en ‘slechts’ 21 nesten in de tarwe.

Verhouding broedplaatsen

Werkuren

Elk jaar opnieuw slagen we erin binnen onze vereniging om een aantal mensen warm te maken voor deze opdracht. In de 29 jaar die voorbij zijn ( en als we eventjes voorbarig mogen zijn, met 2015 er alvast bijgerekend!) dan is elk jaar opnieuw goed voor een 14-tal personen die ± 10 dagen doorbrengen in de streek. Elke dag opnieuw minstens 8 uur per dag/per persoon, dat maakt na 29 jaar tussen de 32 000 en 32 480 gepresteerde manuren ter bescherming van de Grauwe Kiekendief. Of anders gezegd: Eén iemand zou tijdens zijn leven dag en nacht (24u/24u) gedurende drie jaar en acht maand onafgebroken bezig geweest zijn met Kiekendieven.

Dankwoord

Onze speciale dank gaat dan ook vooral uit naar alle kameraden (m/v) van de Torenvalk v.z.w. die elk jaar opnieuw verschillende dagen van hun vakantie opofferen om aan de operatie deel te nemen en mee verantwoordelijk zijn voor de uitstekende resultaten en de speciale kampsfeer ter plaatse.

De hele actie wordt sinds verschillende jaren financieel gesteund door F.I.R.-België en LPO-France. Op het terrein zelf worden we bijgestaan door de leden van de ONF-verantwoordelijke Didier Vacheron (Office Nationale des fôrets) en Fréderic Burda die algemeen coördinator is van LPO Lorraine - Action Busard cendré.